Eerder deze week kondigden wij aan dat vanaf vandaag op tooStylish de roman 'Kans of Keus' van Monique Hordijk in delen te lezen zal zijn. Iedere maandag, woensdag en vrijdag kan je dit liefdesverhaal volgen. Vadaag het eerste deel.
Hoofdstuk 1
Alice, 2005
Terwijl het bad vol liep stak ze de kaarsen aan. Ze genoot van de serene rust in huis.
Jeroen logeerde bij haar schoonouders en de afspraak was dat ieder deze dag op zijn eigen manier zou beleven. Het was 14 april, Peters verjaardag. De voorgaande twee jaar was zijn verjaardag uitgelopen in een groot drama; dat wilde ze dit keer voorkomen. Daarom had ze iedereen gevraagd er geen extra aandacht aan te besteden, en er zeker geen extra rouwdag van te maken.
Vanmorgen had ze een bezoek gebracht aan zijn graf, alleen, en nu wilde ze hem in gepaste sfeer herdenken. Ze kleedde zich uit en stak met een grote speld haar haar op. Ze liet zich in het warme water glijden en zuchtte. De geurkaarsen langs de rand van het bad verspreidde een zoet aroma en rustig nipte ze van haar glas wijn. Peter had altijd genoten van haar sensuele badritueel.
Langzaam gleed de spons langs haar buik en dijen omlaag naar de donkere driehoek die net onder water lag. Ze liet het als vanzelf gebeuren, sloot haar ogen en streelde met één hand haar borsten. Op het hoogtepunt schokte haar lijf terwijl een enkele traan over haar wangen rolde. Een lome, totale ontspanning viel over haar en ze liet zich verder in het behaaglijke water glijden. Haar gedachten zweefden vrij rond.
Peter zou vandaag veertig zijn geworden, maar het noodlot besliste anders. Noodlot, ongeluk, toeval, pech. Het zou altijd een raadsel blijven waarom Peter nou uitgerekend op dat moment, op die rijstrook, op die Autobahn moest rijden. 'De Zeven' bleek alles behalve een geluksgetal. Het vrachtwagenongeluk kostte aan negen mensen het leven. Peter was een van hen.
Alice was dankbaar voor de goede financiële regeling die Peters firma had getroffen. Dit betekende dat ze in het huis kon blijven wonen en voorlopig haar zorg aan Jeroen kon wijden. Maar hoe goed de regeling ook was, het verzachtte niet de pijn, vulde niet de leegte.
Loom nipte Alice van haar glas en gleed weer onder water.
Ze had goede dagen gehad, en slechte. Jeroen was net zestien maanden oud toen Peter stierf; het kind was haar redding, haar doel om verder te gaan. Als ze bedacht dat hij ruim de helft van zijn jonge leventje was omringd door verdriet, was het een wonder dat hij zich zo normaal ontwikkelde. Jeroen had een relaxte natuur, was altijd goedlachs en vrolijk. Hij was vaak fluisterend met 'iets' in gesprek en Alice wilde graag geloven dat hij dan bezoek had van een geest, misschien wel Peter. Straks werd hij vier jaar en Alice zag nu al op tegen het moment dat hij naar school zou gaan, opnieuw stilte.
Ze liet gedachteloos haar hand door het water glijden, nam nog een slokje en mijmerde verder.
Als Jeroen straks naar school ging, zou ze zonder problemen haar werk weer op kunnen nemen. Nu accepteerde ze af en toe een opdracht maar dit betekende altijd jongleren met oppas en tijd. Aan de andere kant deed het gevoel van 'competent zijn' haar erg goed. Ze moest weer eens wat contacten gaan leggen.
Plots huiverde ze. Het badwater was koud en haar glas was inmiddels leeg. In gedachten nam ze afscheid van Peter en klom uit bad. Het was vreemd genoeg een goede dag geweest.
Het was heerlijk buiten. Ze ging op het bankje in haar voortuin zitten en sloot even haar ogen. Als een verwelkte bloem keerde Alice haar hoofd richting zon.
Peters verjaardag lag alweer een week achter haar en ze voelde zich goed, sterk.
Oranje en gele stippen dansten voor haar ogen. Door de bladstille lucht drongen wat geluiden door: een gillend kind, een blaffende hond en het gekeutel van Jeroen in het grind.